Kennisbank

Categorieën:
  • Alle categorieën
  • Diversen
  • Informatie voor organisaties
  • Informatie voor vrijwilligers
  • Projecten

Afspraken maken

Afspraken maken

Vrijwilligers zetten zich in zonder betaald te worden. Dat betekent niet dat vrijwilligers geen rechten en plichten hebben. Wettelijk is er helaas weinig geregeld voor vrijwilligers. De rechten en plichten hangen daarom voornamelijk af van de afspraken die de vrijwilliger maakt met de organisatie. Het is belangrijk duidelijke afspraken te maken en deze bij voorkeur in een vrijwilligersover­eenkomst vast te leggen. De belangrijkste zaken waarover afspraken gemaakt kunnen wor­den.

Soort werkzaamheden

Maak afspraken over welke werkzaamheden verricht gaan worden. Onduidelijkheid is zowel voor de vrijwilliger als voor de organisatie vervelend. Informeer of er mogelijkheden zijn voor eventuele tussentijdse veranderingen.

Inwerktijd en begeleiding

Een goede introductie is belangrijk. Veel organisaties kennen daarom een proefperiode. In deze periode hoort de vrijwilliger goede informatie over de organisatie, de werkplek en collega’s te krijgen. Tijdens de proefperiode, maar ook daarna, heeft de vrijwilli­ger recht op begeleiding. Maak afspraken over de aard en de inhoud van de begeleiding en over de wijze waarop de inwerkperiode wordt afgesloten.

Werktijden en vakanties

Maak duidelijke afspraken over werktijden, vakanties en ziekte. Denk bij het maken van afspraken over werktijden ook aan de voorbereiding en de afsluiting: begeleidingsgesprekken, reistijd en aldan niet verplichte vergaderingen. Vaak is een opzegtermijn wenselijk om het werk goed af te kunnen ronden en over te dragen.

Inspraak en medezeggenschap

Wie nergens over mee kan praten, zal zich niet zo betrokken voelen bij wat er in de organisa­tie gebeurt. Wie weet waarom bepaalde afspraken zijn gemaakt, zal eerder geneigd zijn deze ook zo goed mogelijk uit te voeren. Inspraak is een recht dat het werkplezier vergroot. Elke organisatie heeft haar eigen regels. Deze regels zijn in de statuten en het huishoudelijk reglement vastgelegd.

Scholing

Informeer of er scholingsmogelijkheden zijn (bijvoorbeeld trainingen, themabijeenkomsten en vakliteratuur). De kosten voor scholing worden meestal vergoed door de organisatie. De organisatie kan dan wel van de vrijwilliger verlangen dat hij/zij een bepaalde periode vrijwilli­gerswerk blijft doen.

Vrijwilligerswerk & Uitkering

Mensen met een uitkering moeten voordat zij vrijwilligerswerk gaan doen toestemming vragen aan de uitkeringsinstantie. Wanneer er zonder toestemming gestart wordt met vrijwilligerswerk, kan er een sanctie volgen. Vraag ook bij uw uitkeringsinstantie na tot welk bedrag u een onkostenvergoeding mag ontvangen. Voor vrijwilligers met een uitkering is de Landelijke Regeling Onkostenvergoeding Vrijwilligers niet altijd van toepassing.

Onkostenvergoeding

Vrijwilligers moeten soms kosten maken om het werk te kunnen doen (bijvoorbeeld reiskosten). Hoewel het niet verplicht is, vergoeden veel organisaties deze kosten. Maak duidelijke afspraken welke kosten eventueel vergoed worden. Er bestaat een Landelijke Regeling Onkostenvergoeding Vrijwilligers die inhoudt dat een organisatie tot € 1500,00 per jaar mag vergoeden, zonder dat de vrijwilliger of de organisatie problemen krijgt met de Belasting­dienst.

Verzekeringen

Een vrijwilliger kan schade aanrichten of een ongeluk krijgen. De financiële gevolgen van deze risico’s kunnen door de organisatie met een collectieve WA- en/of ongevallenverzekering voor de vrijwilligers worden afgedekt. Alle vrijwilligers zijn sowieso via de gemeente verzekerd. Eventueel kan de organisatie een aanvullende verzekering afsluiten.

Als bedrijf even uit de dagelijkse sleur?

Op zoek naar een leuke klus voor een groep medewerkers?

Ben je voor je medewerkers op zoek naar een karwei dat bij jullie past? Wil je iets zinvols doen voor een club of initiatief die eenmalig hulp goed kan gebruiken?  Wil je met je bedrijf laten zien dat je snapt wat er in de samenleving leeft en belangrijk is? En tegelijkertijd de sfeer en band tussen je medewerkers versterken?
Het Vrijwilligershuis Drechtsteden kan hierbij helpen en/of bemiddelen.
Klik hier voor informatie over het nut en de zin van maatschappelijk betrokken ondernemen.
Vul het formulier hieronder in, dan nemen wij zo snel mogelijk contact met je op.

Wensen en voorkeuren bedrijven

Bedrijven of organisaties kunnen hun wensen en voorkeuren aangeven voor het uitvoeren van een klus/dienst voor een goed doel.
  • Kies hier wat het best/meest bij u past
    Kruis minimaal 1 en maximaal 3 motieven aan.
    U kunt hier meerdere keuzes aanvinken.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

ANBI en SBBI

Wat is een ANBI?

ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Een ANBI draagt op de een of andere wijze bij aan het algemeen nut. Het kan een goed doel zijn, een kerk of organisatie met een bepaalde levensbeschouwing. Het kan ook een culturele of een wetenschappelijke instelling zijn.

De Belastingdienst stelt voorwaarden aan een organisatie die een ANBI wil zijn. Een organisatie die daaraan voldoet, krijgt de ANBI-status. Dat is aantrekkelijk voor donateurs omdat giften aan een ANBI belastingvoordeel kunnen opleveren. Dit geldt zowel voor losse giften via de giftenaftrek als via periodieke giften. Een ANBI zelf betaalt geen erf- of schenkbelasting.

Een ANBI moet 90 procent van haar inzet richten op het algemeen belang. Ze mag niet bedoeld zijn om winst te maken en moet voldoen aan eisen van integriteit. De leiding of het bestuur mag niet over het vermogen beslissen alsof het privévermogen is. Een ANBI mag ook niet teveel vermogen hebben. Voor onkostenvergoedingen zijn er strikte regels. En een beleidsplan is verplicht. Kosten en bestedingen moeten redelijk in evenwicht zijn.

Kijkt u op de website van de Belastingdienst voor meer en de meest actuele informatie. Wilt u weten welke organisatie een ANBI status heeft klik dan op de volgende link http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/anbi_zoeken/

Wat is een SBBI?

SBBI betekent Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI). Uw organisatie is een SBBI als uw organisatie op de eerste plaats de individuele belangen van uw leden of een kleine doelgroep behartigt, maar ook een maatschappelijke waarde heeft. Dat is zo als de activiteiten van uw organisatie bijdragen aan: de individuele ontplooiing van uw leden / de samenhang van de samenleving / een gezondere samenleving.  Ook deze organisaties kunnen gebruikmaken van een belastingvoordeel en hoeven geen schenk- of erfbelasting te betalen over schenkingen of erfenissen die zij ontvangen.

Meer uitgebreide informatie leest u op de site van de belastingdienst. Wilt u weten welke organisatie een ANBI status heeft klik dan op de volgende link

Door de Vrijwilligersacademie wordt jaarlijks een cursus aanboden over de ANBI-status. Kijkt u bij www.vrijwilligershuisdrechtsteden.nl/academie en vervolgens bij de Bestuurscursussen, om te zien wanneer de cursusavond gepland staat. U kunt zich via de site inschrijven.

Arbowet


Vrijwilligers en de Arbowet

Dat de Arbowet alleen geldt voor mensen die betááld werk verrichten, is een misverstand. Ook als uw organisatie uitsluitend werkt met vrijwilligers moet u aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden. U bent daartoe wettelijk verplicht.

Werkt uw organisatie uitsluitend met vrijwilligers? Dan is dit artikel van toepassing. Heeft u betaalde krachten in dienst, dan is het artikel Arbeidsomstandigheden: de Arbowet van toepassing. Werkt uw organisatie zowel met betaalde krachten als vrijwilligers, dan is het raadzaam om ze zoveel mogelijk hetzelfde te behandelen.
Voordelen van een goed arboklimaat
De Arbowet
Algemene verplichtingen
Extra verplichtingen
Risico-inventarisatie en -evaluatie

Voordelen van een goed arboklimaat
En waarom zou u nu zoveel moeite moeten doen voor optimale arbeidsomstandigheden in uw organisatie? Twee redenen:
U mijdt financiële risico’s. Denk aan een ongeval dat zich in uw organisatie voordoet. Als de Arbeidsinspectie concludeert dat ‘gevaarlijke arbeidsomstandigheden’ daarvan de oorzaak zijn, kan zij een fikse boete opleggen.
Uw organisatie is aantrekkelijk voor vrijwilligers. Als u zich serieus bekommert om de zorg voor betere arbeidsomstandigheden, geeft u een belangrijk signaal af: ‘In deze organisatie nemen we onze mensen serieus.’ Het zal u een goed imago en tevreden en gemotiveerde medewerkers opleveren.

De Arbowet
De Arbowet geldt altijd zodra er sprake is van een gezagsverhouding. Als organisatie heeft u dan ook volgens de Arbowet een zorgplicht voor de veiligheid en gezondheid van vrijwilligers. Ze moeten een goed arbeidsomstandighedenbeleid voeren om ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en beroepsziekten te voorkomen. Denk hierbij aan het goed omgaan met factoren als psychische belasting (seksuele intimidatie, pesten, stress) en fysieke belasting (zwaar tillen, onregelmatige werktijden) en werken met gevaarlijke machines en schadelijke stoffen. De regels gelden niet alleen binnen uw organisatie, maar ook tijdens activiteiten buitenshuis. Meer over de verplichtingen die gelden in verband met het werken met gevaarlijke stoffen, fysieke belasting en dergelijke (ook voor vrijwilligers) leest in u het artikel over bedrijfsrisico’s »

Algemene verplichtingen
Nog even op een rij; de volgende algemene verplichtingen uit de Arbowetgeving gelden ook voor organisaties waar vrijwilligers werken:
Voorkómen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Voorlichting en onderricht over gevaarlijke situaties en hoe die te voorkomen.
Melding van ongevallen aan de Arbeidsinspectie en registratie van ongevallen in een lijst van ongevallen.
De verantwoordelijkheid voor derden op het terrein of in het gebouw van de vrijwilligersorganisatie.
Een aantal verplichtingen voor werknemers en dus ook vrijwilligers), zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Verplichtingen over certificatie (bijv. een duikcertificaat voor duikersverenigingen), de mogelijkheden voor de Arbeidsinspectie om in te grijpen (bijv. een eis tot naleving geven) en de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete gelden ook voor organisaties met vrijwilligers. (bron: Arboportaal)

Extra verplichtingen
Extra verplichtingen heeft u als het gaat om vrijwilligers die jonger zijn dan 18 jaar. Gezien hun jeugdige overmoed en onervarenheid, is er sneller sprake van risico’s. De Arbowet spreekt er duidelijke taal over: ‘Arbeid waaraan voor jeugdige vrijwilligers specifieke gevaren zijn verbonden mogen slechts worden verricht onder een zodanig deskundig toezicht dat gevaren worden voorkomen. Als deskundige begeleiding niet mogelijk is, mogen zij het werk niet doen”
In gewone taal: u moet ervoor zorgen dat minderjarigen veilig kunnen werken. Laat ze niet of alleen onder begeleiding werken met gevaarlijke machines en schadelijke stoffen. Even op de ladder om het doel schoon te maken of in de keuken bijspringen bij de snijmachine kan resulteren in een botbreuk of snijwond. Een ongeluk zit in een klein hoekje.
Zwangere vrijwilligers of vrijwilligers die borstvoeding geven verdienen ook extra aandacht. Ze mogen bijvoorbeeld niet overwerken of zwaar tillen en moeten regelmatig rust nemen. Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt u een overzicht van alle regels.

Risico-inventarisatie en -evaluatie
Als vrijwilligersorganisatie bent u vrijgesteld van het uitvoeren van de volgens de Arbowet verplichte Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E, een check van alle mogelijke risico’s. Toch is het sowieso verstandig om RI&E te doen.
Zo’n RI&E bestaat uit:
Een lijst waarin alle risico’s op het gebied van arbeidsomstandigheden voor werknemers worden vermeld.
Een plan van aanpak, waarin wordt vastgelegd welke risico’s, wanneer worden aangepakt.

Eigenlijk is het dus niet meer dan het afwerken van een checklist om de risicofactoren in kaart te brengen. Denk aan slechte ergonomische werkplekken en een te hoge werkdruk.
De vragen die bij een RI&E aan de orde komen, zijn:
1. Wat zijn de gevaren?
2. Hoe groot zijn deze gevaren?
3. Wat zijn de mogelijke gevolgen als het fout gaat?
4. Hebben wij voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen?
5. Zo nee, welke aanvullende maatregelen zijn er dan nodig?

In 6 stappen naar betere arbeidsomstandigheden

Stap 1: licht voor
Stel uw vrijwilligers op de hoogte van uw plannen voor een goed arbobeleid. Dit bent u wettelijk verplicht. De vrijwilligers moeten namelijk mee kunnen praten over uw plannen.

Stap 2: inventariseer
Vraag uw vrijwilligers naar hun ervaringen op de werkvloer. Hebben zij risico’s opgemerkt, bijvoorbeeld in de vorm van een te hoge werkdruk of gebrek aan vluchtwegen?

Stap 3: doe een arbocheck
Gebruik een arbocheck die van toepassing is op uw organisatie. Door de juiste checklist in te vullen, krijgt u snel een goed beeld van de plus- en minpunten wat de arbeidsomstandigheden betreft.

Stap 4: bepaal de prioriteiten
Welke punten vormen het grootste gevaar voor de gezondheid (of veiligheid) van uw werknemers?

Stap 5: verbeter!
Breng verbeteringen aan in de arbeidsomstandigheden volgens de uitkomst van Stap 4.

Meer informatie
Meer over de Arbowetgeving vindt u op het ArboPortaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor werken met vrijwilligers hebben zij een apart gedeelte Vrijwilligers en werk »

Auteur: Verenigingen en Stichtingen

Bestuursaansprakelijkheid

BESTUURSAANSPRAKELIJKHEID

Als bestuurder van een vereniging of stichting bent u in bepaalde gevallen persoonlijk aansprakelijk voor gemaakte schulden van de vereniging of stichting. Het is van belang om je als bestuur en bestuurder bewust te zijn van mogelijke risico’s en daarom verdient dit onderwerp serieuze aandacht.
Een stichting of een vereniging is een rechtspersoon. Hierdoor heeft een stichting of vereniging bepaalde rechten en plichten. Als een stichting of vereniging aansprakelijk wordt gesteld, is alleen de rechtspersoon aansprakelijk. Dit geldt ook bij een faillissement. Wanneer er echter sprake is van onbehoorlijk bestuur (wanbestuur) kan een bestuur wel degelijk aansprakelijk worden gesteld en zijn bestuurders dus persoonlijk aansprakelijk. We spreken van onbehoorlijk bestuur wanneer u zich niet houdt aan wettelijke bepalingen of de statuten.

Voorbeelden van onbehoorlijk bestuur:
– het bestuur gaat een financiële verplichting aan waarvan duidelijk is dat deze niet kan worden nagekomen;
– het bestuur vergadert nooit en maakt van vergaderingen geen notulen op;
– de jaarstukken worden niet opgemaakt;
– het bestuur dekt de vereniging of stichting niet in tegen duidelijk te voorziene financiële risico’s.
Als bestuursaansprakelijkheid daadwerkelijk wordt vastgesteld, is het gehele bestuur collectief en hoofdelijk aansprakelijk. Dit houdt in dat een bestuurder ook aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die door één van de bestuurders veroorzaakt is.

Vormen van aansprakelijkheid
Er zijn twee vormen van aansprakelijkheid: interne en externe aansprakelijkheid.

1. Interne aansprakelijkheid
Een bestuurder die zijn taak niet naar behoren vervult waardoor schade wordt veroorzaakt, kan door de vereniging of stichting die hij bestuurt aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortkomende schade. Bestaat het bestuur uit meerdere personen, dan zijn alle bestuurders voor het geheel aansprakelijk.

Voorbeeld interne aansprakelijkheid:
Het bestuur van een stichting krijgt een maandelijkse vergoeding voor gemaakte onkosten. Zonder directe aanleiding besluit het bestuur deze vergoeding te verhogen. Bij de subsidietoekenning werd geen rekening gehouden met de hoogte van deze onkostenvergoeding. Het bestuur wordt vervangen wanneer de toekenning van de hoge onkostenvergoeding aan het licht komt. Later stelt de stichting het oude bestuur aansprakelijk voor de financiële schade die is voortgekomen uit de verhoging van de onkostenvergoeding. Uiteindelijk doet de rechter uitspraak dat het oude bestuur wanprestatie (onrechtmatige daad) heeft gepleegd en dat het hoofdelijk aansprakelijk is voor het totaal teveel ontvangen bedrag.

2. Externe aansprakelijkheid
Iemand die schade lijdt als gevolg van een onrechtmatige daad door een vereniging of stichting, kan deze aansprakelijk stellen. Daarnaast kan een derde een bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen wanneer de onrechtmatige daad hem persoonlijk verweten kan worden. Een bestuurder sluit bijvoorbeeld een contract namens de stichting of vereniging terwijl hij weet dat de daarin opgenomen verplichtingen niet nagekomen kunnen worden.

Wanneer een bestuur vergadert overeenkomstig de statuten, de jaarstukken tijdig worden opgesteld en altijd voldoende inzicht bestaat in de financiën van een stichting of vereniging en er geen risicovolle projecten worden aangegaan die het voortbestaan van een stichting of vereniging bedreigen, dan valt er niet zo veel te vrezen. Met dit artikel hebben wij u echter graag willen wijzen op mogelijke risico’s binnen uw organisatie.

Tips om bestuursaansprakelijkheid te voorkomen
– zorg dat de vereniging of stichting op tijd is ingeschreven bij de KvK;
– houd het handelsregister bij de KvK up to date en laat ex-bestuurders uitschrijven;
– zorg ervoor dat u precies weet waarover u wel en niet mag beslissen;
– zorg er bij commerciële activiteiten voor dat de boekhouding in orde is en dat er aan de verplichtingen omtrent het deponeren van de jaarrekening of andere stukken voldaan wordt;
– laat een vereniging altijd notarieel oprichten;
– onderneem meteen actie als u ontdekt dat één van uw medebestuurders zich schuldig maakt aan onbehoorlijke taakvervulling;
– maak een duidelijke taakafbakening en leg die vast in de statuten of een reglement;
– begeef u niet buiten de grenzen van uw vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Welke risico’s loop je als bestuurder van een vrijwilligersorganisatie?
In het artikel ‘De verantwoordelijkheid van de bestuurder’ in Vakwerk presenteert Edgar Kannekens een handige checklist.

Risicocheck
Om een beter beeld te krijgen van de verantwoordelijkheden als bestuurder, treft u onderstaand een korte vragenlijst aan. De checklist helpt u om meer inzicht te krijgen in het risico van bestuurdersaansprakelijkheid. De Checklist aansprakelijkheid bestuurder van non-profitorganisaties is bedoeld voor de statutair bestuurder van een stichting of vereniging en pretendeert niet volledig te zijn.

Algemeen
Bent u bekend met alle terreinen waarop uw organisatie risico’s loopt en die kunnen leiden tot niet-begrote uitgaven of tot het niet ontvangen van begrote inkomsten?
– Zijn er op elk van deze risicoterreinen voldoende maatregelen genomen door u of door de verantwoordelijke medebestuurder? (Denk bijvoorbeeld aan organisatorische voorzieningen of verzekeren.)
– Bent u zelf volledig in staat om uw bestuurstaak te vervullen en kunt u overzien of uw collega-bestuurders aan hun verplichtingen voldoen?
– Bent u er zeker van dat het door uw medebestuurder gevoerde beleid op zijn beleidsterrein niet tot risico’s voor uw organisatie leidt?
– Is de besluitvorming van ‘gevoelige’ onderwerpen, waarover binnen het bestuur overeenstemming bestaat en/of waarvoor door het toezichthoudend orgaan toestemming is gegeven, uitvoerig schriftelijk vastgelegd (onder andere in notulen)?
– Als ‘gevoelige’ onderwerpen een risico voor uw organisatie kunnen vormen, heeft u dan aan het bestuur en het toezichthoudend orgaan uw bezwaren bekend gemaakt? Heeft u maatregelen genomen of verzocht om maatregelen?
– Als het antwoord op de vorige vraag ‘ja’ is en er wordt geen actie ondernomen, bent u er dan zeker van dat u nog kunt aanblijven als bestuurder?

Formaliteiten
– Bent u bekend met de inhoud van de statuten van uw organisatie? Houdt u daar ook rekening mee, met name voor wat betreft de regels inzake vertegenwoordiging (bijvoorbeeld: voorafgaande goedkeuring toezichthoudend orgaan) en de doelomschrijving?
– Is/wordt aan alle formaliteiten voldaan, die nodig zijn voor de totstandkoming en handhaving van uw organisatie?

Administratieve en openbaarmaking financiële gegevens?
– Is uw organisatie verplicht om de balans of andere financiële gegevens bij het handelsregister openbaar te maken? Zo ja: wordt er op tijd en volgens deze regels aan de verplichtingen voldaan?
– Beschikt uw organisatie over een administratie, die in overeenstemming is met de omvang van uw organisatie? Geeft die administratie voldoende inzicht in de financiële positie van uw organisatie?
– Zijn organisatorische maatregelen genomen om te zorgen dat de administratie blijft voldoen aan de gestelde eisen? Bijvoorbeeld door controle van de externe deskundige?

Financieel gezond?
– Kan uw organisatie aan haar betalingsverplichtingen ten opzichte van de fiscus, bedrijfsvereniging, pensioenfonds en dergelijke blijven voldoen? Zo nee: heeft u tijdig betalingsonmacht gemeld volgens de regels? (Zie ook volgende punt.)
– Is te voorzien dat uw organisatie niet aan haar verplichtingen ten opzichte van andere schuldeisers kan voldoen? Zo ja: is faillissement aangevraagd?

Als één van deze vragen met ‘nee’ wordt beantwoord, kunnen er aansprakelijkheidsrisico’s zijn, en is er reden voor de bestuurder om actie te ondernemen.

Uit: Per saldo, tijd voor de balans, een verzameling van artikelen uit Vakwerk.

Door: Edgar Kannekes, Mazars Accountants.

Gezond door vrijwilligerswerk

Gezond door vrijwilligerswerk

Met enige regelmaat duiken berichten op in de pers: mensen die een bijdrage aan de samenleving leveren, bijvoorbeeld omdat zij zich als vrijwilliger inzetten, zijn gemiddeld gezonder en blijven dat ook langer dan zij die geen vrijwilligerswerk doen. Verschillende wetenschappelijke onderzoeken onderschrijven dit.

Mensen die vrijwilligerswerk doen, zijn volgens een onderzoek van de Universiteit van Gent gezonder dan mensen die zich niet als vrijwilliger voor anderen inzetten. Volgens dit Vlaams onderzoek verhoogt vrijwilligerswerk de fysieke en psychische activiteit. Dit beschermt mensen tegen functionele achteruitgang en dementie op latere leeftijd.

Dit laat ook onderzoek uit Zweden zien: vijf jaar lang volgden onderzoekers Zweedse burgers die in 2010 met pensioen waren gegaan. De ouderen die regelmatig vrijwilligerswerk deden, hadden na vijf jaar opmerkelijk minder concentratieproblemen, konden helderder denken en hadden minder moeite met herinneringen dan de gepensioneerde werknemers die zelden of nooit vrijwilligerswerk deden.

Weerstand tegen stress en virussen

Het onderzoek van de Universiteit van Gent laat verder nog zien dat vrijwilligerswerk onder andere het zelfvertrouwen vergroot en de kwaliteit en kwantiteit van iemands sociaal netwerk verbetert. Tenslotte blijkt uit neurologisch onderzoek dat door het helpen van anderen de hormonen oxytocine en progesteron vrijkomen, die helpen om weerstand te bieden tegen stress en virussen.

Dan nog een Nederlands voorbeeld. TNS Nipo heeft, in opdracht van Coalitie Erbij, onderzoek gedaan naar de relatie tussen vrijwilligerswerk en eenzaamheid. De gevoelens van eenzaamheid van eenzame vrijwilligers blijken af te nemen door het uitvoeren van vrijwilligerswerk en zorgen daardoor voor een betere gezondheid (TNS Nipo, 2013, zie ook Wat werkt dossier Sociaal en gezond).

Klachtenregeling

Waarom een klachtenpocedure?

Vrijwilligers zetten zich dagelijks in voor maatschappelijke organisaties in Nederland. Vaak verloopt de samenwerking tussen deze organisaties en vrijwilligers zonder problemen. Toch kan het zijn dat een vrijwilliger een klacht heeft over de maatschappelijke organisatie waarvoor hij/zij actief is. Klachten kunnen van uiteenlopende aard zijn en zullen per organisatie verschillen.

Voorbeelden van mogelijke klachten zijn: klachten over de dagelijkse gang van zaken in een organisatie, klachten over intimidatie en/of pesterijen of klachten over de samenwerking met andere vrijwilligers en/of betaalde krachten.

Het is het beste om te voorkomen dat spanningen en conflicten te hoog oplopen. Helaas is dat niet altijd mogelijk. Soms kunnen conflictpartners er samen niet uitkomen en is het bijvoorbeeld noodzakelijk om een derde ‘neutrale’ partij in te schakelen die helpt bij het uitpraten en het zoeken naar een oplossing. Een oplossing is een goede oplossing als de conflictpartners niet meer aan het conflict denken en weer gewoon met elkaar kunnen omgaan. Een maatschappelijke organisatie heeft verschillende mogelijkheden om tot een goede oplossing van spanningen en conflicten te komen. Een goede manier is het ontwerpen van een klachtenprocedure voor het omgaan met spanningen en conflicten. Hiermee wordt een toegankelijk instrument geboden waarmee de klacht en daarmee samenhangende vragen en problemen vertrouwelijk, serieus en naar tevredenheid worden behandeld. Als vrijwilligers weten dat er bepaalde regels gelden voor het aangaan en oplossen van conflicten, lopen die conflicten ook minder snel uit de hand. Bovendien schept een dergelijke procedure duidelijkheid. Dit document kan maatschappelijke organisaties helpen een eigen klachtenprocedure te ontwikkelen die afgestemd is op de eigen organisatie.

Aandachtspunten in een klachtenprocedure:

  • Alle vrijwilligers dienen op de hoogte te zijn van het bestaan van een klachtenprocedure en de regeling moet op papier beschikbaar zijn (bijvoorbeeld als vast onderdeel van het intakegesprek of door opname in de vrijwilligersovereenkomst);
  • Er dient een vaste contactpersoon (bv. de vrijwilligerscoördinator) te zijn waar vrijwilligers terecht kunnen met hun klacht;
  • Wanneer de contactpersoon de klacht niet alleen kan oplossen, moet er een mogelijkheid zijn om de klacht te laten beoordelen door een bestuur of vrijwilligersraad. Ook kan er natuurlijk een commissie van beroep of klachtencommissie worden geformeerd. We spreken in dit document verder van een klachtencommissie.
  • De contactpersoon kan de rol van vertrouwenspersoon op zich nemen zodat vrijwilligers vrijuit kunnen spreken;
  • De contactpersoon heeft een geheimhoudingsplicht;
  • Wanneer een vrijwilliger zich bij de contactpersoon meldt met een klacht, dient hier een schriftelijke notitie van te worden gemaakt die door zowel de contactpersoon als de klachtmelder wordt ondertekend;
  • Iedere klacht wordt geregistreerd, dus ook wanneer de klacht niet verder wordt behandeld via de klachtenprocedure;
  • De contactpersoon beoordeelt binnen twee weken de zwaarte van de klacht en categoriseert deze. Vervolgens draagt de contactpersoon de klacht over naar de verantwoordelijke persoon binnen de organisatie. De contactpersoon brengt de klachtmelder op de hoogte wie de klacht gaat afhandelen en maakt hiervan wederom een schriftelijke notitie maken. Er zijn twee scenario’s:
    • Er worden door de verantwoordelijke persoon binnen de organisatie de nodige stappen genomen om de klacht naar tevredenheid van de klachtmelder op te lossen. De contactpersoon fungeert waar nodig als bemiddelaar tussen twee partijen.
    • Wanneer er sprake is van een zware klacht of een klacht die na tussenkomst van de verantwoordelijke persoon binnen de organisatie niet opgelost is, zal deze na maximaal twee weken worden voorgelegd aan de klachtencommissie. De klachtencommissie zal dan binnen 4 weken uitspraak moeten doen over de gegrondheid van de klacht en de mogelijke oplossing hiervan.
  • Tijdens de beoordelingsperiode van de klachtencommissie kan besloten worden de klachtmelder tijdelijk op non-actief te zetten. Deze mogelijkheid dient bij het melden van de klacht door de contactpersoon aangegeven te worden.;
  • De klachtencommissie kan besluiten om een gesprek aan te gaan met de klachtmelder om meer inzicht te krijgen in de klacht. Tevens kan de klachtencommissie het gesprek aangaan met de eventuele andere partij. Van alle handelingen wordt een schriftelijk verslag gemaakt;
  • De klachtmelder dient over de mogelijkheid te beschikken om zijn/haar verhaal te doen bij de klachtencommissie;
  • Na maximaal 6 weken na indienen van de klacht dient er duidelijkheid te zijn over de aard van de klacht en de mogelijke oplossing
    hiervan. De contactpersoon en/of de klachtencommissie brengen de klachtmelder hiervan op de hoogte. De uitkomst van de klachtenprocedure wordt op papier gezet en alle betrokken partijen dienen dit verslag te ondertekenen;
  • Wanneer de klacht naar tevredenheid van de klachtmelder is opgelost en hij/zij binnen de organisatie actief blijft als vrijwilliger, neemt de contactpersoon na twee maanden contact op om te bespreken of de klacht inderdaad geheel naar tevredenheid is opgelost;
  • Wanneer een klacht niet naar tevredenheid kan worden opgelost, kan er eventueel nog een mogelijkheid bestaan om beroep aan te tekenen bij het bestuur.

Literatuurtips over Vrijwilligersmanagement

Hoe werf ik meer vrijwilligers en hoe zorg ik dat ze gemotiveerd zijn? Een vraag waar veel (vrijwilligers-)organisaties mee worstelen. En dat is niet zo gek; het managen van vrijwilligers in veel opzichten moeilijker dan het managen van betaalde krachten. Er is geen sprake van loon en hiërarchische opdrachten, maar het draait om intrinsieke motivatie en medewerkers die zelf bepalen op welke competenties ze willen worden aangesproken. Gelukkig zijn er boekenplanken vol over het ontwikkelen van een vrijwilligersbeleid. Hoe vindt u tussen al die literatuur de voor uw organisatie meest geschikte aanpak?
Kennisinstituut Movisie helpt u op weg. Voor 12 tips kijk op www.movisie.nl/artikel/12-literatuurtips-goed-vrijwilligersmanagement

Maatschappelijk betrokken ondernemen

Maatschappelijk betrokken ondernemen

 

Steeds meer bedrijven willen investeren in de lokale samenleving door maatschappelijke inzet van hun medewerkers. Het is een moderne manier om een organisatie te sponsoren door middel van vrijwillige inzet van medewerkers of het aanbieden van hun kennis. In ruil voor een positieve gezamenlijke ervaring helpen bedrijven organisaties bij activiteiten en /of ondersteuning in projecten. Op deze manier komen bedrijven en non-profitorganisaties met elkaar in contact wat goed is voor de sociale infrastructuur in de Drechtsteden. Voor non profit organisaties is het voordeel tweeledig:

  • Een grotere klus of activiteit kan worden opgepakt en wordt dus verricht.
  • De activiteit kan een mooie ingang zijn om nieuwe vrijwilligers te vinden (en misschien te binden).

Wat past bij uw bedrijf en wat wilt u investeren?

  • Verbindt u zich aan een maatschappelijk thema, zoals zorg, welzijn, onderwijs, milieu of kunst
  • Richt u zich op een actueel maatschappelijk probleem zoals eenzaamheid of vergrijzing

Welke doelgroep of organisatie spreekt u aan?

  • Jongeren, ouderen, gehandicapten, minderheden of dieren
  • Een maatschappelijke organisatie, een zorginstelling of school bij u in de buurt

Voorbeelden van inzet

  • Organiseren van een spel- of sportdagdeel
  • Opknappen van tuinen of ruimtes
  • Brainstormen over beleid, PR/Communicatie of projectontwikkeling
  • Uitvoeren van een wijkactiviteit of initiatief
  • Meedraaien met een wijkfeest/markt of activiteitendag (NL Doet, Burendag bijvoorbeeld)
  • Een uitstapje organiseren en begeleiden voor een doelgroep

Mogelijke voordelen voor uw bedrijf

  • Teambuilding, versterken van onderlinge communicatie
  • Persoonlijke ontwikkeling en talentontwikkeling
  • Toename van betrokkenheid medewerkers binnen het bedrijf
  • Goed voor imago, naamsbekendheid en waardering in omgeving
  • Vergroten van netwerk op de markt en tevens voor klanten

Wat doet VrijwilligersHuis Drechtsteden?

Het Vrijwilligershuis denkt met u mee, bemiddelt en koppelt de gewenste inzet van bedrijven en de vraag van organisaties met elkaar. Ook kunt u natuurlijk bij ons terecht voor meer informatie of vragen over verdere mogelijkheden.

Aanmelden?

Wij zoeken  een leuke activiteit of klus voor onze medewerkers klik hier!

Van een klus of activiteit waarvoor hulp van een groep mensen wordt gezocht. klik hier!

Mag je vrijwilligers hun BSN of identiteitsbewijs vragen

Mag je vrijwilligers hun BSN of identiteitsbewijs vragen?

Mag je als organisatie het Burger Service Nummer van vrijwilligers vragen en noteren en hoe zit dat met een kopie van het paspoort, identiteitskaart of rijbewijs. Meestal is het antwoord ‘nee’. Hoe zit het in elkaar?

Burger Service Nummer
Het Burger Service Nummer (BSN) is ieders persoonlijke nummer voor contact met de overheid. Alle overheidsorganisaties maken gebruik van het BSN als dat voor de uitvoering van hun taak nodig is.

Alleen als het in de wet staat
Andere instanties buiten de overheid mogen het BSN alleen gebruiken als dit in de wet bepaald is, en alleen voor het doel dat in de wet omschreven staat. Een zorgverlener zoals het ziekenhuis, tandarts of huisarts zijn verplicht het BSN te gebruiken. Dat staat in de Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg. Ook de Belastingdienst en banken gebruiken het BSN omdat dit in de Wet inzake rijksbelastingen staat.
Het BSN mag alleen gebruikt worden voor het uitwisselen van persoonsgegevens. Wanneer het niet wettelijk bepaald is dat persoonsgegevens nodig zijn mag een organisatie niet om het BSN vragen. Ook niet als mensen toestemming geven voor het gebruik van hun BSN.

Controle
De autoriteit Persoonsgegevens is hier heel scherp op. Met het BSN kunnen gemakkelijk koppelingen gemaakt worden tussen informatie uit verschillende bestanden. Onzorgvuldig gebruik van het BSN brengt daarom privacy-risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld misbruik van persoonsgegevens en identiteitsfraude.

Identiteitsbewijs
Soms is het nodig voor een organisatie om iemands identiteit vast te stellen, zoals van een klant. Vaak is het genoeg als mensen hun identiteitsbewijs, zoals hun paspoort of identiteitskaart, laten zien.

Gegevens overnemen
De organisatie kan na het tonen eventueel noteren om welk identiteitsbewijs het ging en het nummer hiervan. In enkele gevallen zijn organisaties wettelijk verplicht om bepaalde persoonsgegevens van iemands identiteitsbewijs over te nemen.

Kopie of scan identiteitsbewijs mag niet zo maar
Een organisatie mag alleen in uitzonderlijke gevallen een kopie of scan maken van iemands identiteitsbewijs. Dit geldt onder meer als het in de wet staat.

Meer informatie en details staan op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens.
BSN

Ondersteunende diensten voor vrijwilligersorganisaties

Organisatiescan en Vrijwilligersbeleid

Een adviseur van het Vrijwilligershuis kan samen met u de kwaliteit van uw vrijwilligersbeleid doornemen. U krijgt desgewenst adviezen en tips voor eventuele beleidsaandachtspunten op het terrein van:

  • de werkzaamheden
  • de voorwaarden
  • begeleiding
  • persoonlijke ontwikkeling
  • werksfeer
  • vrijwilligers

Voor meer informatie of het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het Vrijwilligershuis Drechtsteden

Onderstaande diensten voor 600 SSKW leden worden aangeboden vanuit het Vrijwilligershuis

Informatie & advies

Financiële administratie·

Ledenadministratie

Drukkerij, printen, kopiëren

Stichting of vereniging oprichten

Verhuur van werk- en vergaderruimte

Verhuur van apparatuur

Vrijwilligersverzekeringen (meer…)

Onkostenvergoeding

Een vrijwilliger maakt soms kosten om vrijwilligerswerk te kunnen doen. Die kosten worden door sommige organisaties vergoed. Vrijwilligersorganisaties zijn niet verplicht een onkosten­vergoeding te geven. Sommige organisaties hebben helemaal geen geld om kosten te vergoeden.

Twee soorten onkostenvergoeding

Een organisatie kan op twee manieren een onkostenvergoeding geven:
– daadwerkelijk gemaakte kosten;
– een forfaitair (vast) bedrag.
Een combinatie van daadwerkelijk gemaakte kosten en een forfaitair bedrag is niet mogelijk.

Vrijwilligerswerk met een uitkering

Mensen met een uitkering moeten voordat zij vrijwilligerswerk gaan doen toestemming vragen aan de uitkeringsinstantie. Wanneer er zonder toestemming gestart wordt met vrijwilligerswerk, kan er een sanctie volgen.

Krijgt u een bijstandsuitkering en daarnaast een vergoeding voor vrijwilligerswerk? Dan verandert de hoogte van uw uitkering niet als de vergoeding voor het vrijwilligerswerk maximaal € 95 per maand is en maximaal € 764 per jaar.Als het gaat om vrijwilligerswerk dat de gemeente noodzakelijk vindt voor uw re-integratie, dan verandert de hoogte van uw uitkering niet als de vrijwilligersvergoeding niet hoger is dan € 150 per maand en € 1.500 per jaar.

Vraag altijd voor precieze informatie na bij uw uitkeringsinstantie na tot welk bedrag u een onkostenvergoeding mag ontvangen. Voor vrijwilligers met een uitkering is de Landelijke Regeling Onkostenvergoeding Vrijwilligers niet altijd van toepassing.

Landelijke regeling onkostenvergoeding vrijwilliger

Een onkostenvergoeding wordt niet als inkomen gezien. De vrijwilliger mag belastingvrij een onkostenvergoeding ontvangen mits deze voldoet aan de Landelijke Regeling Onkostenvergoeding Vrijwilligers. In principe zijn er twee mogelijkheden voor een onkostenvergoeding: de daadwerkelijk gemaakte kosten of een forfaitair bedrag van maximaal € 150,00 per maand met een maximum van € 1500,00 per jaar. Een combinatie van deze twee is niet mogelijk. Verder moet u er rekening mee houden dat vrijwilligers jonger dan 23 jaar maximaal 2.50 euro per uur aan onkostenvergoeding mogen ontvangen. Voor vrijwilligers vanaf 23 jaar is dit maximaal 4.50 euro per uur.

Vrijwilligers mogen van meerdere organisaties een onkostenvergoeding ontvangen. Wel blijft er een maximum van € 1500,00 gelden als er van meerdere organisaties een onkostenvergoeding wordt ontvangen.

Wordt er geen werk verricht, bijvoorbeeld tijdens vakantie of ziekte, dan mag er niets worden uitbetaald.

Kilometervergoeding

Vrijwilligers mogen de werkelijk gemaakte kosten voor het vrijwilligerswerk vergoed krijgen. Hieronder vallen ook de kosten voor openbaar vervoer of eigen auto. De belastingvrije kilometervergoeding zoals deze voor werknemers is vastgesteld, geldt niet voor vrijwilligers. De vrijwilliger mag dus de werkelijke kosten van een auto per kilometer declareren. De daadwerkelijke kosten die een auto maakt verschillen per merk en type. De ANWB heeft staatjes waarin voor bijna elk autotype inzicht verkregen kan worden over de kosten. Voor vrijwilligers bestaat er geen grens voor een minimum aantal kilometers waarvoor vergoeding mogelijk is.

Vrijwilligers kunnen geen aanspraak maken op een kilometervergoeding wanneer de kilometers lopend of per fiets worden afgelegd.

Onkostenvergoeding die hoger is dan € 1.500,00 per jaar of €150,00 per maand

Wanneer de totale onkostenvergoeding van de vrijwilliger boven de € 150,00 per maand of € 1500,00 per jaar komt, moet die vergoeding onderbouwd kunnen worden met bonnetjes, rekening, kwitanties en dergelijke. De vergoeding mag niet bovenmatig zijn. Als de vrijwilliger de vergoeding kan onderbouwen, dan is de vergoeding toch belastingvrij. Gebeurt dat niet, dan kan dat door de Belastingdienst worden uitgelegd als een vorm van betaling en zal als zodanig behandeld worden.

Giftenaftrek

Wanneer vrijwilligers geen onkostenvergoeding ontvangen, dan kunnen zij wellicht gebruik maken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. Dit is een regeling waarbij zowel de organisatie als de vrijwilliger baat heeft. Wanneer de financiële situatie van de organisatie vergoedingen niet toestaat of er vrijwillig wordt afgezien van het declareren van kosten, krijgt de organisatie eigenlijk een gift. De vrijwilliger moet wel kunnen aantonen dat er een gift is gedaan. Dat kan bijvoorbeeld met een notitie van de penningmeester van de organisatie.

Meer informatie bij de belastingdienst

Voor meer informatie en voorbeelden over dit onderwerp kunt u terecht bij de Belastingdienst.  Voor organisaties staat ook hier meer informatie over de onkostenvergoeding. 

Op zoek naar hulp voor klus of activiteit

Op zoek naar hulp voor klus of activiteit

Ben je een organisatie in de non-profit sector en op zoek naar hulphanden of specifieke kennis voor een grote klus of activiteit? Het VrijwilligersHuis Drechtsteden zoekt een hulpaanbieder voor je in het bedrijfsleven. Steeds meer bedrijven vinden het belangrijk en zinvol om meer betrokken te zijn bij de samenleving. Dit doen zij vaak graag via eenmalige inzet van een groep van hun medewerkers voor een activiteit of klus voor een goed doel wat hen aanspreekt en wat zij belangrijk vinden.
Meld je klus of hulpvraag bij het VrijwilligersHuis Drechtsteden door middel van onderstaand formulier. Daarna nemen wij zo spoedig mogelijk contact met je op.

Aanmeldformulier klus of activiteit

Non profit organisaties dan wel goede doelen kunnen hun eenmalige wens of klus indienen om te laten uitvoeren door een groep mensen vanuit een bedrijf of instelling.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Samenwerken met vrijwilligers in de zorg – 9 tips

In de zorg en ondersteuning zullen beroepskrachten en vrijwilligers steeds meer met elkaar te maken krijgen. Negen tips om de samenwerking soepel te laten verlopen.

1.    Begin met een visie

Beschrijf hoe vrijwilligers kunnen bijdragen aan het welbevinden van de cliënt. Dit geeft een duidelijk kader voor iedereen, ook de beroepskrachten. Betrek cliënten, familie en vrijwilligers bij het formuleren van de visie en maakt die onderdeel van het beleid.

2.    Heb aandacht voor cultuurverandering

Het samenspel tussen beroepskrachten en vrijwilligers gaat niet altijd vanzelf. De cultuurverandering vraagt aandacht. Maak er bijvoorbeeld een vast agendapunt van op vergaderingen van zorgteams en in de nieuwsbrief.

3.    Betrek iedereen erbij

Veel mensen in uw organisatie kunnen te maken krijgen met vrijwilligers. Bespreek met hen hoe zij oog kunnen hebben voor vrijwilligers, zodat die zich niet alleen voelen staan en daardoor wellicht afhaken.

4.    Organiseer en coördineer

Een belangrijke taak van de coördinator vrijwilligers. Het gaat om het regelen van de voorwaarden die nodig zijn voor het vrijwilligerswerk, zoals de werving en de interne begeleiding, de vrijwilligersovereenkomst, onkostenvergoeding en WA en ongevallenverzekering, het regelen van medezeggenschap

5.    Bepaal grenzen

Voorkom grensoverschrijdend gedrag en maak vrijwilligers bewust  van hun eigen grenzen. Leg richtlijnen voor gedrag vast, net als een klachtenreglement en afspraken over privacy. Vraag nieuwe vrijwilligers een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en leg alles vast in een vrijwilligersovereenkomst.

6.    Heb oog voor diversiteit

Er zijn net zoveel vrijwilligers als er mensen zijn: oud, jong, man, vrouw, autochtoon of allochtoon, verschillende leeftijden of levensfasen. Richt u dus niet op één groep vrijwilligers. Voorbeelden van diverse groepen zijn maatschappelijke stagiaires via scholen, werknemersvrijwilligers via speciale makelaars en vrijwilligers met een beperking. Zorg voor werving en begeleiding die bij de diverse groepen aansluit.

7.    Vermeld vrijwilligers in het Zorgleefplan

In het Zorgleefplan staan de persoonlijke behoeften, wensen, mogelijkheden en beperkingen van cliënten. Ook vrijwilligers en hun werkzaamheden kunnen hier deel van uitmaken.

8.    Geef juiste instructies

Scholing en deskundigheidsbevordering passen in de huidige tijd van kwaliteitseisen, leveren van verantwoorde zorg en klanttevredenheid. Wat nodig is, verschilt per taak van de vrijwilliger en de eigen wensen en behoeften van een vrijwilliger. Zorg voor een passend aanbod, zowel een scholingsaanbod als ‘training on the job’.

9.    Meet tevredenheid

Een vrijwilliger die niet tevreden is met zijn taken, is vaak snel weer weg. Meet dus regelmatig hoe tevreden uw vrijwilligers zijn, bij voorbeeld via een enquête.

Schrijven voor het web

Tips: Schrijven voor het web

Schrijf beknopt
Probeer de tekst zo te maken dat scrollen niet nodig is. Moeilijk? Welnee. Zorg
ervoor dat er geen zinnen in komen als: ‘Gesteld kan worden dat… met betrekking
tot… is er sprake van…’ Meestal kun je dit soort constructies gewoon schrappen. Het
bijkomend voordeel is dat de zinslengte op een natuurlijke manier korter wordt.
Schrijf duidelijke tussenkopjes
Tussenkopjes in webteksten zijn informatief en duidelijk. In lange tijdschriftartikelen
zie je soms cryptische tussenkopjes. Probeer dit op het web te vermijden. Voor het
web geldt: beter saai duidelijk dan spannend cryptisch.
Maak opsommingen
Een opsomming leest fijner dan een stuk lopende tekst. Bij digitale vacatures staan
vaak opsommingen onder bijvoorbeeld ‘Wij zoeken’ en ‘Wij bieden’. Overzichtelijk
voor mensen die op zoek zijn naar de digitale vacature die bij hen past.
Schrijf prikkelend en actief
Lezers van webpagina’s die zich vervelen, zijn zo vertrokken. Woorden als succes,
gratis, korting zijn niet origineel, maar hebben nog steeds hetzelfde effect op lezers.
Elk rationeel woord heeft een emotionele tegenhanger die ongeveer hetzelfde
betekent maar de lezer meer prikkelt. Gebruik dus niet ‘beschouwen’ maar: ‘zien’.
Niet ‘recentelijk’ maar ‘laatst’. Niet ‘accelereren’, maar ‘versnellen’. Gebruik ook de
actieve vorm in plaats van de lijdende. Schrijf niet: ‘Dit kan gedaan worden met…’.
Maar: ‘Je doet dit met…’. Dat leest lekkerder en spreekt de lezer ook aan
Schrijf informeel en persoonlijk
Gebruik normale taal. Vermijd woorden als ‘beheersmaatregelen’ en ‘aanvliegen’.
Laat nalezen
Al deze tips gelden (net als deze laatste) eigenlijk voor alle soorten teksten. Voor
je iets verstuurt, digitaal of op papier: laat het voor de zekerheid even door iemand
nalezen.

Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)

VOG staat voor Verklaring Omtrent Gedrag. Instellingen die werken met kinderen of andere kwetsbare doelgroepen laten hun (vrijwillige) medewerkers een VOG aanvragen. Zo wordt gecheckt of iemand niet veroordeeld is voor een strafbaar feit, m.n. voor een zedenmisdrijf. Men wil hiermee het risico op misbruik van de kwetsbare doelgroep verkleinen.

Per 1 januari 2015 kunnen vrijwilligersorganisaties die met minderjarigen en/of verstandelijk beperkten werken in aanmerking komen voor de regeling Gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Organisaties moeten met minimaal 70% vrijwilligers werken en breder preventief beleid voeren. Meer informatie vindt u vanaf 1 januari 2015 op www.gratisvog.nl

Verzekeringen vrijwilligers Drechtsteden

Wat vrijwilligers en – organisaties moeten weten over verzekeringen

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Vrijwilligers en organisaties lopen risico’s die van tevoren niet altijd zichtbaar zijn. Denk daarbij niet te snel dat vrijwilligers bij uw organisatie geen risicovolle werkzaamheden verrichten. Gelukkig zijn de vrijwilligers binnen de Drechtsteden allemaal via de gemeentes verzekerd.

De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht hebben een verzekering afgesloten voor alle vrijwilligers in de Drechtsteden.

Als u vrijwilliger bent en in een situatie komt dat uw eigen verzekering niet toereikend is, dan kunt u op dat moment gebruik maken van de collectieve verzekering die de gemeentes afgesloten hebben bij Raetsheren van Orden. Alle vrijwilligers zijn verzekerd tegen de gevolgen van ongevallen en voor aansprakelijkheid.

Wilt u schade declareren?  Ga dan naar de website van het SSKW  en lees hier hoe u te werk moet gaan.

Voor meer  informatie, zie de folder Vrijwilligersverzekering Drechtsteden.

Voorbeeld Vrijwilligersovereenkomst

De meeste (grotere) organisaties die werken met vrijwilligers werken met een vrijwilligerscontract.
Er zijn verschillende voorbeelden die u, ter inspiratie, kunt gebruiken. Hieronder vindt u er één.

MODEL-VRIJWILLIGERSOVEREENKOMST

 

De ondergetekenden:

De organisatie……….… gevestigd te …,

En de vrijwilliger ………..wonende te …

verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

 

Door invulling en ondertekening van deze overeenkomst geeft de vrijwilliger te kennen hiervan kennis te hebben genomen en mede in te stemmen met de inhoud.

 

1 gedragscode

De vrijwilliger onderschrijft de doelstellingen van de organisatie. Zowel de organisatie als de vrijwilliger zullen zich gedragen als van een goed opdrachtgever respectievelijk een goed uitvoerder verwacht mag worden.

 

2 vrijwilligerswerk en uitkering

De vrijwilliger wordt ervan op de hoogte gesteld wanneer het vrijwilligerswerk gevolgen kan hebben voor een eventuele uitkering die hij ontvangt of in de toekomst zal ontvangen. Indien het vrijwilligerswerk gevolgen heeft voor de uitkering, is de vrijwilliger door de organisatie op de hoogte gesteld welke gevolgen dit zijn.

 

3 werkzaamheden

a De vrijwilliger zal de volgende werkzaamheden verrichten: …

b  De vrijwilliger verricht zijn werkzaamheden gedurende ten minste … uren/dagdelen en maximaal … uren/dagdelen per week/maand.

of de vrijwilliger verricht zijn werkzaamheden voor een project dat duurt van …tot en met … voor … uren/dagdelen per week/maand.

c Wanneer het voor de vrijwilliger niet mogelijk is zijn werkzaamheden te verrichten wegens ziekte/vakantie informeert hij de organisatie zo spoedig mogelijk, zodat voor vervanging kan worden gezorgd.

d Indien de vrijwilliger of de organisatie de samenwerkingsrelatie wil beëindigen wordt dit zo spoedig mogelijk medegedeeld aan elkaar.

 

4 onkostenvergoeding

Op verzoek ontvangt de vrijwilliger een onkostenvergoeding voor door hem gemaakte kosten in het kader van zijn werkzaamheden als vrijwilliger. Deze kosten kunnen betreffen:

–          reiskosten woon-werkverkeer      ja/nee*

–          reiskosten                                    O openbaar vervoer eerste/tweede klas

O gereden km à … per km

–     telefoonkosten                             ja/nee*

–     verblijfskosten                              O hotelkosten

O lunchkosten

–          kosten voor scholing                    ja/nee*

–          kosten voor kleding                      ja/nee*

–          kosten voor kinderopvang                        ja/nee*

–          andere kosten, namelijk …

 

De kosten kunnen worden gedeclareerd volgens een daartoe bestemd formulier.

 

5 verzekeringen

De organisatie heeft voor haar vrijwilligers zelfstandig/via de subsidiegever* (gemeente/provincie) de volgende verzekeringen afgesloten:

O aansprakelijkheidsverzekering

O ongevallenverzekering

O auto-inzittenden verzekering

O bestuurdersaansprakelijkheid

O andere verzekering(en), namelijk …

 

6 deskundigheidsbevordering/scholing

Indien gewenst, wordt de vrijwilliger in staat gesteld scholing te volgen ten behoeve van het verrichten van zijn werkzaamheden als vrijwilliger. Deze scholing bestaat uit … De kosten van deze scholing worden door de organisatie vergoed tot maximaal € …. per …

 

7 begeleiding/ondersteuning

a De vrijwilliger wordt vanuit de organisatie begeleid/ondersteund door …

 

b De eerste … weken/maanden worden beschouwd als inwerkperiode waarna partijen de mogelijkheid hebben de samenwerking voort te zetten of te beëindigen.

 

c Tussen partijen vindt regelmatig overleg plaats, zodat de wederzijdse verwachtingen op elkaar afgestemd kunnen worden of blijven. Dit overleg vindt plaats:

O maandelijks

O halfjaarlijks

O jaarlijks

O anders, namelijk …

 

d Wanneer de vrijwilliger zijn werkzaamheden beëindigt volgt een exit-gesprek. Op verzoek ontvangt de vrijwilliger een getuigschrift.

 

8 informatie

a informatieplicht

De vrijwilliger ontvangt alle voor hem relevante informatie met betrekking tot de organisatie en zijn werkzaamheden. Dit gebeurt door middel van …

 

b ziekte vrijwilliger of cliënt

Wanneer de vrijwilliger of de cliënt een ziekte heeft of een ziektebeeld vertoont dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de andere persoon, dient dit zo spoedig mogelijk gemeld te worden zodat passende maatregelen kunnen worden genomen.

 

c legitimatiebewijs

D vrijwilliger ontvangt van de organisatie een/geen* legitimatiebewijs om aan te tonen dat hij als vrijwilliger werkt voor de organisatie.

 

9 inspraak

a De vrijwilliger wordt in staat gesteld zijn mening weer te geven ten aanzien van:

O het instellingsbeleid

O het vrijwilligersbeleid

O anders, namelijk …

 

b De inspraak vindt plaats:

O via het reguliere overleg met de begeleider

O via jaarlijks overleg met de directeur van de organisatie

O via jaarlijks overleg met het bestuur van de organisatie

O via (oprichting van) een raad van vrijwilligers

O op andere wijze, namelijk …

 

10 klacht

Wanneer er bij de vrijwilliger gevoelens van onvrede of ongenoegen ontstaan kan hij deze in de vorm van een klacht kenbaar maken bij:

O zijn begeleider

O daartoe aangesteld persoon binnen de organisatie, namelijk …

O een andere instantie, namelijk …

 

11 arbocheck

De arbocheck is uitgevoerd door de organisatie en er is wel/niet* voldaan aan de eisen die gesteld worden ten behoeve van de veiligheid van de vrijwilliger tijdens het werken. Een verslag hiervan wordt aan de vrijwilliger uitgereikt/ligt ter inzage* bij de organisatie.

 

12 verboden handelingen

a Het is verboden voor vrijwilligers zakelijke of seksuele handelingen te verrichten met degene(n) die aan de zorg van de vrijwilliger is of zijn toevertrouwd.

 

b De vrijwilliger mag geen beloning in geld, goederen of diensten aanvaarden die een waarde van €… te boven gaan. Deze beloning moet ten bate worden gesteld van de organisatie.

 

13 bescherming persoonsgegevens

De gegevens van de vrijwilliger die bekend zijn bij de organisatie worden vertrouwelijk behandeld. Deze gegevens kunnen onder meer betreffen de personalia en soort van uitgevoerde werkzaamheden, alsmede de wijze van uitoefening van werkzaamheden.

 

Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en voor gezien ondertekend te … op ..-..-20..

 

Namens de organisatie                                                          de vrijwilliger

 

 

 

Voorkomen van fraude

Voorkomen van fraude

Elke vrijwilligersorganisatie heeft te maken met geld. Wanneer u over het beheer geen zorgvuldige afspraken maakt, kan dat tot misbruik en fraude leiden. Vereniging NOV biedt haar leden een overzicht aan van eenvoudige maatregelen om fraude binnen vrijwilligersorganisaties tegen te gaan. Waar u ‘vereniging’ leest, kan ook ‘stichting’ staan. U kunt onderstaande informatie hier downloaden.

Noodzaak van een veilige organisatie

Hoewel het voor de hand ligt dat je fraude moet voorkomen, omschrijven we eerst kort de noodzaak om  goede maatregelen door te voeren. Met het beheer van geld moet u voorzichtig omgaan omdat:

  • veelal leden en/of begunstigers (donateurs, sponsors) dit geld bij elkaar brengen. Zij hebben recht op goed beheer van de bijdragen die zij aan de vereniging geven;
  • het voortbestaan van de vereniging in gevaar komt als geld verdwijnt;
  • u vrijwilligers die met geld omgaan (waaronder de penningmeester) simpelweg niet in de verleiding moet brengen zichzelf door fraude te verrijken.
  • bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk als het bestuur onvoldoende maatregelen heeft genomen om fraude te voorkomen.

Alle reden dus om het risico van fraude maximaal te beperken.

Wie is verantwoordelijk voor de financiën?

Het (gehele)  bestuur is verantwoordelijk voor een deugdelijke organisatie van de financiën. De penningmeester functioneert binnen de vereniging volgens de afgesproken regels.

Toepassing van de maatregelen

Het is niet nodig en ook niet altijd mogelijk om alle hieronder genoemde maatregelen binnen uw vereniging toe te passen. De maatregelen 1 tot en met 4 zijn essentieel voor vrijwel elke vereniging en zij verminderen de kans op fraude enorm! Elk bestuur zal een eigen afweging moeten maken welke combinatie van maatregelen in de eigen situatie optimaal is.

Vastlegging en autorisatie

Leg de maatregelen die het bestuur afspreekt, schriftelijk vast in een document “Organisatie van de financiën”. Laat dit document door elk bestuurslid ondertekenen. Overweeg ook om het document ter bekrachtiging aan de ledenvergadering voor te leggen.

De maatregelen

De mogelijke maatregelen om fraude te voorkomen zijn:

1. Beperk het contante geldverkeer Streef ernaar om alle ontvangsten en betalingen per bank te laten plaatsvinden. De kans op diefstal wordt hierdoor kleiner. En geldverkeer via de bank wordt automatisch geregistreerd.
2. Periodieke controle van alle betalingen Iemand uit het bestuur (iemand ánders dan de penningmeester) controleert bijvoorbeeld maandelijks alle betalingen (en geldopnamen van spaarrekeningen e.d.). De controle vindt plaats aan de hand van de originele dagafschriften van alle bankrekeningen. Of (bij internetbankieren) door het raadplegen van alle mutaties via internet (de controleur heeft toegangsmogelijkheid tot het internetbankieren, zonder de mogelijkheid om zelf betalingen te verrichten).
3. Jaarlijkse degelijke controle door de kascommissie Controle door de kascommissie is wettelijk verplicht voor elke vereniging en statutair verplicht voor veel stichtingen.
Het bestuur stimuleert dat de kascommissie deskundig is (doet bijvoorbeeld een voorstel voor de bemensing voor de ledenvergadering), voorziet de commissie van alle gevraagde informatie en ondersteuning. Zodra de leden van de kascommissie zijn benoemd, bespreekt het bestuur met hen de wederzijdse verwachtingen. De kascommissie maakt zoveel mogelijk gebruik van checklists. Checklists zijn te vinden in De Kascommissiegids van drs. Maarten den Ouden RA, zie www.kascommissiegids.nl. Meer informatie over samenwerking tussen bestuur en kascommissie vindt u hier.
4. Afspraken over betalingen aan bestuursleden Leg schriftelijk vast of en zo ja, welke vergoedingen (van kosten en/of tijd) bestuursleden mogen declarerenen binnen welke termijn dat moet gebeuren.  Neem als voorbeeld de autovergoeding. Is dat een vast bedrag per km? Of de werkelijke benzinekosten? Of de werkelijke totale kosten per km? Lenen van geld van de vereniging is nooit toegestaan.
5. Penningmeester mag uitsluitend betalingen doen die zijn gefiatteerd door een ander bestuurslid De penningmeester controleert onder meer of schriftelijk fiat aanwezig is en of de rekening/factuur verder in orde is. Daarna verricht hij de daadwerkelijke betaling en verwerkt deze in de administratie. Eventueel laat u deze maatregel alleen gelden voor betalingen boven een bepaald bedrag. Als één bestuurslid alle betalingen fiatteert, kan dit bestuurslid ook periodiek controleren (zie punt 2) of alleen betalingen zijn gedaan die door hem zijn gefiatteerd.
6 Factuuradres is niet het adres van de penningmeester Omdat de penningsmeester voor betaling het fiat nodig heeft van een bestuurslid, is het handig om het factuuradres dat van bijvoorbeeld de secretaris te maken. Het voordeel van deze maatregel is dat eventuele betalingsherinneringen ook bij anderen dan de penningmeester bekend worden.
7. Limieten instellen voor bankrekeningen Banken bieden diverse mogelijkheden om limieten in te stellen voor het maximale bedrag dat per dag mag worden overgeboekt. Of om in te stellen dat voor bedragen boven een bepaalde grens altijd twee autorisaties nodig zijn. Zorg er  voor dat het bestuurslid die de bevoegdheid heeft om deze limieten in te stellen iemand anders is dan degene die de betalingen verricht.
8. Sluitende procedures bij contant geld Als binnen uw organisatie toch met contant geld moet worden gewerkt (zie punt 1) zorg dan voor sluitende procedures. Bijvoorbeeld:

  • Stort aan het einde van het jaar alle contante gelden af bij de bank. Hierdoor kan de kascommissie een goede controle maken.
  • Beperk de hoeveelheid geld in kas en spreek een maximumbedrag af. Stort boven dit bedrag altijd direct af.
  • Laat bij collectes e.d. met een onzekere opbrengst altijd geld tellen door twee personen die de getelde bedragen noteren en daarvoor tekenen.
  • Heeft u een kantine? Werk dan met een kassa, houd frequent inventarisaties, laat tussentijdse controles door de kascommissie uitvoeren.
  • Zorg bij kaartjesverkoop voor genummerde kaartjes. Stel dagelijks aansluiting vast tussen aantal verkochte kaartjes en het ontvangen geld.
9. Referenties nagaan Stelt u een nieuwe penningmeester aan? Of iemand anders die met geld van uw vereniging of stichting in aanraking komt? Doe navraag bij de organisaties waar de vrijwilliger voorheen werkzaam was of nog is. Vraag een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) aan op het screeningsprofiel Geld.
10. Offertes Vraag bij investeringen of andere grote uitgaven boven een bedrag van € x  altijd bij ten minste drie verschillende aanbieders offerte.
11. Registreer bezittingen Houd een administratie bij van alle bezittingen van uw vereniging en inventariseer periodiek of alle bezittingen nog aanwezig zijn.

 Deze informatie is tot stand gekomen in het netwerk wet & regelgeving van Vereniging NOV, met ondersteuning van Maarten den Ouden auteur van De Kascommissiegids.

 

 

Vrijwilligersbeleid

Steeds meer vrijwilligersorganisaties hebben een vrijwilligersbeleid. Vrijwilligersbeleid is het geheel aan voorwaarden dat nodig is om vrijwilligers binnen een organisatie tot hun recht te laten komen en hen de kans te geven hun eigen doelen na te streven, op een zodanige wijze dat ook de doelstellingen van de organisaties daarmee gediend zijn.

Waarom een vrijwilligersbeleid?

Het is belangrijk een vrijwilligersbeleid te hebben. Organisaties streven doelen na. Om zich ervan te verzekeren dat deze doelen worden bereikt, zijn mensen nodig. Een organisatie zal zich moeten afvragen of zij met vrijwilligers wil werken en waarom. Wanneer een organisatie besluit om met vrijwilligers te gaan werken, betekent dat niet dat er ook een vrijwilligersbeleid is. Gelukkig zien steeds meer organisaties het belang in van goede werkomstandigheden voor vrijwilligers. Een goed vrijwilligersbeleid voorziet zowel in de immateriële zien (taakverdeling, begeleiding en inspraak) als in de materiële zin (onkostenvergoeding, verzekeringen en dergelijke). Aangezien de positie van de vrijwilliger geen wettelijke rechtsbescherming kent, kan een organisatie in haar vrijwilligersbeleid zorgen dat de positie van de vrijwilliger duidelijk omschreven is.

Vrijwilligers willen niet alleen leuk en zinvol werk doen, maar ook erkend en gewaardeerd worden. Zonder een duidelijk omschreven positie hangt erkenning af van willekeur. Het feit, dat steeds meer organisaties met vrijwilligers werken, betekent dat het belang van hun inbreng toeneemt. Een logisch gevolg hiervan is, dat de positie van de vrijwilligers beschreven wordt in een vrijwilligersbeleid. Het vrijwilligersbeleid wint aan kracht als zowel met de belang­en van de organisatie als met de belangen van de vrijwilliger rekening wordt gehouden.

Wat beschrijft het vrijwilligersbeleid?

Het vrijwilligersbeleid beschrijft de motieven om met vrijwilligers te werken: welke taken zij verrichten, onder welke voorwaarden, wat de positie van de vrijwilliger is en welke rechten en plichten daaruit voortvloeien.

Motieven

In een vrijwilligersbeleid moet duidelijk worden wat de klant aan het aanbod van vrijwilligers heeft. Tevens moet worden beschreven wat het werk de vrijwilligers oplevert en wat het werk van vrijwilligers voor de organisatie betekent. De antwoorden op deze vragen zullen per organisatie verschillen. Toch zijn er een aantal centrale uitgangspunten te noemen die altijd gelden:

– vrijwilligers moeten willen werken binnen de doelstelling van de organisatie;

– de ene vrijwilliger is de andere niet. Capaciteiten en beschikbaarheid kunnen sterk uiteen­lopen. Dat geldt ook voor de motivatie. Als de organisatie hiermee rekening houdt, krijgt ze de juiste vrijwilliger op de juiste plaats;

– vrijwilligers werken vooral voor hun plezier. Het werk moet dus niet alleen zinvol zijn, maar ook prettig en interessant.

Takenpakket

In elke organisatie kunnen diverse taken worden verricht: de organisatie en uitvoering van activiteiten en taken op het gebied van beleidsvorming en besturen. De organisatie bepaalt zelf, wie voor welke taken wordt ingezet. Als is vastgesteld welke taken vrijwilligers kunnen verrichten, worden taakomschrijvingen gemaakt en vastgelegd. De regeling van bevoegdhe­den verdient extra aandacht. Een taak gebeurt alleen maar goed, als de vrijwilliger in staat is de taak te verrichten en de benodigde bevoegdheden krijgt. Pas dan kan de vrijwilliger verant­woordelijk gesteld worden voor zijn of haar taak.

Werving

Er zijn verschillende manieren van werven: de persoonlijke benadering, een schriftelijke oproep via een eigen huisorgaan, ledenblad of lokale media, het organiseren van speciale voorlichtingsbijeenkomsten, het werven onder de doelgroep en het plaatsen van een vacature bij de Vrijwilligers Vacature Bank. Dat laatste is een geschikte manier om uit het ons-kent-ons circuit te treden en een geheel onbekende groep van potentiële vrijwilligers in beeld te krijgen.

Bij het opstellen van een vacature is het niet alleen belangrijk de kwaliteitseisen aan te geven, maar ook in te spelen op de motieven en belangen van de vrijwilliger. We leven in een tijd waarin mensen bewuster kiezen en zich niet meer vanzelfsprekend beschikbaar stellen. De voordelen van het werk (ontplooiingskansen, status of het opdoen van ervaring) en de voord­elen van de organisatie (prettige werksfeer, collegiale samenwerking) zouden moeten worden belicht.

Selectie

Niet iedereen is voor elk type vrijwilligerswerk geschikt. In principe hoort vrijwilligerswerk laagdrempelig te zijn. Dat betekent echter niet dat er geen eisen aan vrijwilligers gesteld mogen worden. Vrijwilligerswerk wordt immers verricht met een bepaald doel of voor een bepaalde doelgroep. Selecteren betekent passen en meten. Het soort werk en de aangebo­den kwaliteiten van de vrijwilliger zijn hierbij doorslaggevend.

Introductie en proefperiode

Een goede inwerkperiode is voor vrijwilligers van groot belang. Het is verstandig om een duidelijke proefperiode af te spreken, waarin de vrijwilliger en de organisatie bekijken of het klikt in het werk en de samenwerking.

Het hart van de meeste vrijwilligers ligt bij de uitvoering van het beleid. Om goed hun werk te kunnen doen, hebben zij informatie nodig. Veel vrijwilligers zijn geen >vergadertijgers= en grote ‘papierverslinders’. Aandacht voor een aantrekkelijke presentatie van de informatie verhoogt de kans dat de boodschap overkomt en de betrokkenheid met de organisatie kan groeien.

Inspraak

Er zijn verschillende redenen om vrijwilligers te stimuleren om aan besluitvorming rond hun werk en hun positie deel te nemen:

– inspraak van vrijwilligers kan een bijdrage leveren in het verbeteren van: de werkuitvoering, de positie van de vrijwilligers en de condities voor dit werk, de communicatie tussen vrijwilligers en anderen in de organisatie;

– inspraak kan heel motiverend werken als blijkt dat de vrijwilligers ook echt serieus worden genomen;

– deelname aan overleg en besprekingen kunnen bijdragen in een andere visie bij de vrijwilli­gers.

Inspraak van vrijwilligers kan op verschillende manieren geregeld worden: werkbesprekingen, activiteitenoverleg of een vrijwilligersraad met eigen bevoegdheden. Iedere organisatie bepaalt zelf de mate van inspraak van de vrijwilligers. Het is belangrijk dat vrijwilligers ervan overtuigd zijn dat er rekening wordt gehouden met hun wensen en mogelijkheden. Het ontbre­ken van inspraak kan leiden tot ontevredenheid en conflicten.

Deskundigheidsbevordering

Van vrijwilligers wordt terecht verwacht, dat zij zich zo goed mogelijk inzetten in hun werk. Daarbij gaat het zowel om continuïteit als kwaliteit. Het spreekt voor zich dat vrijwilligers ontplooiingskansen krijgen. De organisatie kan scholing in verschillende vormen aanbieden. Scholing richt zich meestal op verbetering van kennis, houding en (communicatieve) vaardig­heden. Een aantal voorbeelden om de deskundigheid van vrijwilligers te vergroten:

– de bespreking van het werk zelf. Door stil te staan bij hoe de vrijwilliger het werk doet en ervaart, leert de vrijwilliger van het werk;

– een regelmatig contact tussen vrijwilligers en begeleider is erop gericht de vrijwilliger het werk te ondersteunen;

– vormen zoeken waarop het contact met anderen bijdraagt tot inzicht in het werk en de aanpak hiervan;

– gestructureerde bijeenkomsten voor deskundigheidsbevordering (bijvoorbeeld thema-avonden, voorlichtingsfilms etc.);

– cursussen en trainingen: gericht bezig zijn met een bepaald onderwerp, onder begeleiding van iemand die daar deskundig of ervaren in is.

Vrijwilligersbudget

Vrijwilligerswerk kost geld: ondersteuning en begeleiding, activiteiten, onkostenvergoedingen, scholing, verzekeringen, activiteiten en festiviteiten. Het gaat om relatief kleine bedragen, maar niet iedere organisatie kan of wil deze kosten dragen. De kosten van het vrijwilligersbe­leid dienen in ieder geval begroot te worden.

Vrijwilligerswerk en uitkering

Mensen met een uitkering mogen in principe vrijwilligerswerk doen. Er zijn echter wel regels aan verbonden. Bij alle wetgeving rond vrijwilligerswerk met een uitkering moet het wel om echt vrijwilligerswerk gaan. Dit houdt in dat:
– Het vrijwilligerswerk is onbetaald. Wel mag de vrijwilliger een vergoeding van daadwerkelijk gemaakte onkosten óf gebruik maken van de vrijwilligersregeling.
– Het vrijwilligerswerk wordt gedaan bij organisaties die geen vennootschapsbelasting betalen of een sportvereniging, sportinrichting of ANBI zijn. U kunt opzoeken of een instelling door de Belastingdienst is aangewezen als een (culturele) Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/anbi_zoeken/
– Het vrijwilligerswerk verdringt geen betaalde arbeid.
Daarnaast heeft elke specifieke uitkering weer eigen regels met betrekking tot het melden van het vrijwilligerswerk, de sollicitatieplicht en de vrijwilligersvergoeding.

De Werkeloosheidswet (WW)
is een verzekering voor werknemers die wegens werkloosheid niet of minder uren dan voorheen werkzaam zijn en daardoor geen inkomsten hebben. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. De WW-uitkering moet aangevraagd worden bij het UWV Werkbedrijf.
Vrijwilligerswerk naast een WW-uitkering is in principe toegestaan mits men beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt. Het is verplicht het vrijwilligerswerk te melden. De uitkeringsinstantie beoordeelt de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. Wanneer iemand minder beschikbaar is voor de arbeidsmarkt (door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) kan dat gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering. Iedereen met een WW-uitkering is in principe verplicht te solliciteren naar een betaalde baan.
Het vrijwilligerswerk mag geen betaald werk verdringen. Daarvan is sprake als voor de vrijwillige werkzaamheden normaal gesproken betaald wordt binnen de organisatie en er in het voorafgaande jaar een betaalde medewerker is ingezet.

De participatiewet
In de participatiewet is de voormalige Wet werk en bijstand (WWB) opgenomen. De participatiewet is bedoeld om zoveel mogelijk mensen met en zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Het vrijwilligerswerk mag niet de kansen op betaald werk verkleinen. Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht het aangeboden werk te accepteren en te behouden. Met vrijwilligerswerk moet worden gestopt wanneer dat niet gecombineerd kan worden met de betaalde baan. De participatiewet gaat daarbij uit van algemeen geaccepteerde arbeid in plaats van passende arbeid. Met geaccepteerde arbeid wordt bedoeld: legaal werk dat door iedereen als ’normaal’ wordt gezien. In de vrije tijd kan iemand natuurlijk wel vrijwilliger blijven.

Bijstandsuitkering
Vrijwilligerswerk naast een bijstandsuitkering is toegestaan maar moet wel gemeld worden bij de uitkeringsinstantie. Mensen met een bijstandsuitkering boven de 27 jaar mogen voor het vrijwilligerswerk een onkostenvergoeding ontvangen van € 150,- per maand tot een maximum van € 1500,- per jaar. In plaats van de vrijwilligersvergoeding heeft de gemeente ook de mogelijkheid om een een- of tweemalige premie van ten hoogste €2.340,- (2015) per kalanderjaar, voor zover het vrijwilligerswerk naar het oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Ook andere instanties mogen deze premie verstrekken, maar moeten dat eerst voorleggen aan het college van Burgemeester en Wethouders. Deze bepalen of de premie bijdraagt aan arbeidsinschakeling van uitkeringsgerechtigden. De premie heeft geen gevolgen voor de hoogte van de uitkering voor zo ver er geen vrijwilligersvergoeding wordt ontvangen. Wanneer iemand naast de premie ook een vrijwilligersvergoeding ontvangt dan geldt de premie als inkomsten waarover belasting moet worden betaald.
Voor vrijwilligers onder de 27 jaar met een bijstandsuitkering geldt dat iedere betaling anders dan een vergoeding van de daadwerkelijke kosten gekort wordt op de uitkering.

Tegenprestatie
In de participatiewet moeten bijstandsgerechtigden een tegenprestatie leveren voor hun bijstandsuitkering. Een tegenprestatie is een onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteit van beperkte duur en omvang. Gemeenten leggen in een eigen lokale verordening inhoud, omvang en duur van de tegenprestatie vast. De tegenprestatie heeft de volgende kenmerken:
Het werk is niet bedoeld als re-integratie instrument en hoeft dus niet bij te dagen aan uw arbeidsinschakeling.
Het mag de acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid of de re-integratie niet in de weg staan.
De duur en omvang dienen beperkt te zijn.
Het moet gaan om aanvullende werkzaamheden en het mag niet leiden tot verdringing van betaalde arbeid.
Uitgezonderd van de tegenprestatie zijn:
– Alleenstaande ouders met kinderen onder de 5 jaar
– Iedereen die volledig arbeidsongeschikt is voor lange tijd
– Mantelzorgers
– Vrijwilligers waarvan de gemeente heeft bepaald dat het vrijwilligerswerk als tegenprestatie kan gelden.

Gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) geldt voor iedereen die na 1 januari 2004 ziek is geworden en geen wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) ontvangt. De WIA is een werknemers verzekering voor arbeidsongeschiktheid die bestaat uit twee regelingen: Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsongeschikten (WGA) en de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Net als WAO-ers mogen WIA-ers vrijwilligerswerk doen en daarvoor de maximale vrijwilligersvergoeding ontvangen. Er is wel een verschil in meldingsplicht. WGA-ers moeten hun vrijwilligers en het aantal uren melden bij het UWV, AVI-ers niet.

Wajong
Voor jongeren onder de 18 jaar met een langdurige ziekten of handicap of voor mensen in opleiding tussen de 18 en 30 jaar die te maken krijgen met een langdurige ziekten of handicap en daardoor niet in staat zijn te werken (geen arbeidsvermogen) is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Jongeren die nog instaat zijn om gedeeltelijk te werken al dan niet met begeleiding vallen sinds 1 januari 2015 onder de participatiewet. Daarnaast is besloten dat iedereen die tussen 2010 en 2015 een Wajong uitkering heeft gekregen opnieuw beoordeeld wordt door het UWV op arbeidsvermogen Jongeren zonder arbeidsvermogen blijven in de Wajong. Iedereen die voor 2010 een Wajong uitkering had behoudt deze uitkering.
Voor alle Wajongers die na 2010 een Wajonguitkering hebben ontvangen geldt een informatieplicht voor het vrijwilligerswerk. Iedereen die voor 2010 een Wajong uitkering had behoud deze uitkering en hoeft het vrijwilligerswerk niet te melden.

Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) is een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers. Werknemers die minstens 50 jaar oud waren toen zij werkloos werden, kunnen in aanmerking komen voor een IOAW-uitkering als hun WW-uitkering afloopt. De Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) is gericht op ouderen die gestopt zijn met hun werk als zelfstandige. IOAW-ers en IOAZ-ers vallen onder het zelfde regime van de bijstandsuitkering wat inhoudt een lagere vrijwilligersvergoeding, sollicitatieplicht en mogelijk een tegenprestatie.

Sollicitatieplicht
De vrijstellingsregeling van sollicitatieplicht naast een WW of WIA-WGA uitkering voor vrijwilligerswerk is per 1 juli 2015 vervallen. Alleen bij calamiteiten, mantelzorg en bij de geboorte van een kind is nog vrijstelling van sollicitatieplicht mogelijk.
In alle andere gevallen geldt dat de uitkeringsgerechtigde altijd moet zoeken naar een betaalde baan. Daarom mag u ook maar maximaal 20 uur per week als vrijwilliger werken. Krijgt u een betaalde baan aangeboden? Dan moet u die accepteren. Ook als dat betekent dat u daardoor moet stoppen met uw vrijwilligerswerk. Als u dit niet doet, kan het gevolgen hebben voor uw uitkering.

deur
logo-vrijwilligershuis-drechtsteden

Participanten

Vrijwilligershuis Drechtsteden

Bij ons kun je terecht voor informatie,  ondersteuning, belangenbehartiging, advies en promotie van vrijwilligerswerk.  Wij bieden hulp en faciliteiten voor vrijwilligers zowel als organisaties.

Meld u aan of log nu in